Ondanks de wetenschappelijke evidentie dat het concept leerstijlen onvoldoende gefundeerd is en de matching hypothese niet klopt, blijft het concept leerstijlen in onderwijs en onderzoek voortbestaan. Deze hypothese stelt dat leerlingen beter leren wanneer het onderwijs aan hun favoriete leerstijl wordt aangepast. In een recent artikel (2025) onderzoeken John Hattie en Timothy O’Leary waarom leerstijlen opnieuw opduiken in veel meta-analyses. Veel onderzoek over leerstijlen bevat methodologische problemen. De auteurs pleiten daarom voor een verschuiving: weg van het aanpassen van onderwijs aan leerstijlen, en meer focus op het aanleren van effectieve en flexibele leerstrategieën die passen bij de taak en de leerdoelen. Het artikel is niet bedoeld is om de literatuur over leerstijlen volledig opnieuw te bekijken. Reeds vele decennia is het topic leerstijlen sterk aanwezig in de literatuur. Google Scholar levert meer dan 7 miljoen resultaten op voor een zoekopdracht met ‘leerstijlen’, ‘leerpreferenties’ of ‘leerpatronen’. Google NGram voor ‘leerstijlen’ laat een duidelijke stijging zien van 1960 tot 2002, een plotselinge daling in de daaropvolgende tien jaar, en vervolgens een hernieuwde opleving waardoor het aantal bronvermeldingen nu hoger ligt dan in 2002.In dit bericht brengen we een samenvatting, met ondersteuning van ChatGPT, van de conclusies uit het artikel van Hattie & O’Leary.
Zie: Hattie, J., O’Leary, T. (2025), Learning Styles, Preferences, or Strategies? An Explanation for the Resurgence of Styles Across Many Meta-analyses. Educ Psychol Rev 37, 31 (2025). https://doi.org/10.1007/s10648-025-10002-w
Pedro De Bruyckere (2025), Waarom leerstijlen nog steeds maar niet verdwijnen – en waarom dat een probleem is. https://pedrodebruyckere.blog/2025/06/22/waarom-leerstijlen-nog-steeds-maar-niet-verdwijnen-en-waarom-dat-een-probleem-is/
Kate Jones (2025), The lingering ‘learning styles’ myth. https://www.linkedin.com/pulse/lingering-learning-styles-myth-evidence-based-education-kudze/
Anne Luc van der Vegt (2022), Differentiëren naar leerstijl helpt leerlingen niet. NRO, https://www.onderwijskennis.nl/kennisbank/differentieren-naar-leerstijl-helpt-leerlingen-niet
Populariteit van leerstijlen
Het idee van leerstijlen is al tientallen jaren populair in onderwijs en lerarenopleiding. Veel leraren geloven dat leerlingen verschillende manieren hebben waarop ze het beste leren. Daarom proberen zij hun onderwijs aan te passen aan deze vermeende verschillen.
Een van de bekendste voorbeelden is het model waarin leerlingen worden ingedeeld als:
- visuele leerlingen (leren via beelden en diagrammen)
- auditieve leerlingen (leren via luisteren)
- kinesthetische leerlingen (leren via manipulatie van voorwerpen of door het uitvoeren van taken)
Volgens deze theorie zouden leerlingen beter leren wanneer instructie wordt aangepast aan hun dominante leerstijl. Dit idee sluit aan bij een bredere trend in onderwijs: gepersonaliseerd leren. Leraren willen rekening houden met verschillen tussen leerlingen en zoeken naar manieren om instructie aan te passen aan individuele behoeften. Hoewel dit doel op zichzelf waardevol is, betekent dit niet automatisch dat leerstijlen een effectieve manier zijn om dit te bereiken.
Matching- hypothese
De kern van veel leerstijltheorieën is de zogenaamde matching-hypothese. Deze hypothese stelt dat: leerlingen betere leerresultaten behalen wanneer de manier van lesgeven overeenkomt met hun leerstijl. Om deze hypothese correct te testen, moet een studie aan een specifieke onderzoeksopzet voldoen.
De studie moet:
- leerlingen indelen op basis van hun leerstijl
- verschillende vormen van instructie aanbieden
- vervolgens nagaan of leerlingen beter presteren wanneer de instructie overeenkomt met hun stijl
Belangrijk is dat leerlingen met verschillende leerstijlen verschillend reageren op dezelfde instructie. Met andere woorden: er moet een interactie-effect zijn tussen leerstijl en instructiemethode. Veel studies die claimen bewijs voor leerstijlen te leveren, voldoen echter niet aan deze onderzoekscriteria.
Problematisch onderzoek naar leerstijlen
Veel studies meten simpelweg:
- de voorkeur van leerlingen voor bepaalde manieren van leren
- of het verband tussen leerstijlvragenlijsten en prestaties
Dit soort studies kan wel laten zien dat leerlingen voorkeuren hebben, maar het toont niet aan dat deze voorkeuren leiden tot betere leerresultaten wanneer instructie wordt aangepast. Hier ontstaat een belangrijke verwarring. Veel onderzoekers interpreteren een correlatie tussen voorkeuren en prestaties alsof het bewijs is voor de matching-hypothese. In werkelijkheid toont zo’n correlatie alleen aan dat twee variabelen samen voorkomen, niet dat de ene de oorzaak is van de andere. Daardoor kan het lijken alsof er bewijs bestaat voor leerstijlen, terwijl de kernhypothese eigenlijk niet getest wordt.
Analyse van meta-analyses over leerstijlen
Hattie & O’Leary analyseerden 17 meta-analyses die betrekking hebben op leerstijlen. Een meta-analyse combineert de resultaten van veel afzonderlijke studies om een algemeen beeld te krijgen van het effect van een bepaald fenomeen. Op het eerste gezicht lijken sommige meta-analyses aan te tonen dat leerstijlen een betekenisvol effect hebben. Sommige rapporteren namelijk positieve effectgroottes. Wanneer de auteurs echter dieper naar deze studies kijken, blijkt dat veel van deze analyses niet daadwerkelijk de matching-hypothese testen.
In plaats daarvan analyseren ze studies die:
- voorkeuren meten
- correlaties onderzoeken
- of leerstrategieën bestuderen
Daardoor lijkt het alsof leerstijlen effect hebben, terwijl eigenlijk iets anders wordt gemeten.
Resultaten van studies die de matching-hypothese testen
Wanneer alleen studies worden bekeken die correct de matching-hypothese testen, blijkt het effect vrijwel nul te zijn. De gemiddelde effectgrootte is ongeveer: d ≈ 0,04 Dit is een zeer klein effect en wordt in de praktijk beschouwd als verwaarloosbaar. Dit betekent dat leerlingen niet significant beter leren wanneer instructie wordt aangepast aan hun vermeende leerstijl. Met andere woorden: het aanpassen van onderwijs aan leerstijlen levert nauwelijks leerwinst op.
Resultaten van correlatiestudies
Sommige meta-analyses rapporteren wel een verband tussen leerstijlen en leerresultaten. Deze studies vinden vaak een correlatie van ongeveer: r ≈ 0,24 (d=0,50) Dit lijkt op het eerste gezicht een betekenisvolle relatie. Maar deze studies meten meestal iets anders dan de matching-hypothese.
Ze onderzoeken bijvoorbeeld:
- of leerlingen met bepaalde voorkeuren beter presteren
- of leerstijlvragenlijsten samenhangen met studiegedrag
- of bepaalde strategieën vaker worden gebruikt door succesvolle leerlingen
Een correlatie betekent echter niet dat het aanpassen van onderwijs aan leerstijlen werkt. Het kan bijvoorbeeld zijn dat:
- betere leerlingen bepaalde strategieën vaker gebruiken
- motivatie een rol speelt
- of andere factoren de prestaties beïnvloeden
Waarom de leerstijlmythe blijft bestaan
Ondanks het gebrek aan overtuigend wetenschappelijk bewijs blijft het concept van leerstijlen wijdverspreid in onderwijspraktijk en lerarenopleiding. Hattie & O’Leary bespreken verschillende redenen waarom dit idee zo hardnekkig is.
- De aantrekkingskracht van gepersonaliseerd onderwijs
Een belangrijke reden voor de populariteit van leerstijlen is dat het idee goed aansluit bij het streven naar gepersonaliseerd onderwijs. Leraren willen onderwijs aanpassen aan individuele verschillen tussen leerlingen. Het idee van leerstijlen lijkt hiervoor een eenvoudige oplossing te bieden. Door leerlingen te classificeren in verschillende stijlen, lijkt het mogelijk om instructie beter af te stemmen op hun behoeften. Hoewel het doel van personalisering waardevol is, betekent dit niet dat leerstijlen de juiste manier zijn om dit te bereiken.
- Verwarring tussen voorkeur en effectiviteit
Veel leerlingen hebben duidelijke voorkeuren voor bepaalde manieren van leren. Sommigen lezen graag, anderen luisteren liever naar uitleg, en weer anderen leren graag via praktische activiteiten. Deze voorkeuren worden echter vaak ten onrechte geïnterpreteerd als bewijs dat deze methoden ook effectiever zijn. Een leerling kan bijvoorbeeld liever video’s bekijken dan teksten lezen, maar dat betekent niet dat video’s automatisch leiden tot betere leerresultaten.
- Bevestigingsbias
Mensen hebben de neiging om informatie te onthouden die hun overtuigingen bevestigt. Dit staat bekend als bevestigingsbias. Wanneer een leerling goed presteert na een les die aansluit bij zijn voorkeur, kan dit worden gezien als bewijs voor leerstijlen. Tegelijkertijd worden situaties waarin dit niet gebeurt vaak vergeten of genegeerd. Hierdoor blijft het idee bestaan dat leerstijlen effectief zijn, zelfs wanneer onderzoek dat niet ondersteunt.
- Het idee is eenvoudig en intuïtief
Het concept van leerstijlen biedt een eenvoudige verklaring voor verschillen tussen leerlingen. Onderwijs is een complex proces met veel factoren die leren beïnvloeden, zoals voorkennis, motivatie, instructiekwaliteit en oefening. Leerstijlen reduceren deze complexiteit tot een eenvoudig model dat gemakkelijk te begrijpen en toe te passen lijkt. Deze eenvoud maakt het idee aantrekkelijk, ook al is het wetenschappelijk problematisch.
- Het labelen van leerlingen
Het gebruik van leerstijlen kan ertoe leiden dat leerlingen labels krijgen, zoals:
- “visuele leerling”
- “auditieve leerling”
- “kinesthetische leerling”
Deze labels kunnen onbedoeld beperkingen creëren. Leerlingen kunnen gaan geloven dat ze alleen op een bepaalde manier kunnen leren, terwijl effectief leren juist vraagt om flexibiliteit in strategieën.
- Invloed van commerciële materialen
Een andere factor is de rol van commerciële educatieve producten. Veel bedrijven verkopen:
- leerstijltests
- trainingsprogramma’s
- lesmethoden gebaseerd op leerstijlen
Deze materialen worden vaak gepromoot in onderwijsinstellingen en professionele trainingen voor leraren. Hierdoor blijft het concept zichtbaar en invloedrijk, zelfs wanneer wetenschappelijk bewijs ontbreekt.
- Onderwijsopleidingen en traditie
Het idee van leerstijlen wordt in sommige lerarenopleidingen nog steeds onderwezen. Wanneer nieuwe leraren dit concept leren tijdens hun opleiding, nemen zij deze ideeën vaak mee naar hun eigen onderwijspraktijk. Daardoor blijft het concept zich van generatie op generatie verspreiden.
- Verwarring tussen leerstijlen en leerstrategieën
Een van de belangrijkste punten van het artikel is dat veel onderzoekers leerstrategieën verwarren met leerstijlen. Leerstrategieën zijn technieken die leerlingen gebruiken om informatie beter te begrijpen en te onthouden, zoals:
- samenvatten
- herhalen
- oefenen met vragen
- verbanden leggen
Deze strategieën kunnen effectief zijn, maar ze zijn niet hetzelfde als leerstijlen.
Wanneer studies strategiegebruik meten en dit interpreteren als leerstijlen, kan het lijken alsof leerstijlen effectief zijn. In de discussie over leerstrategieën moet het belang van voorkennis benadrukt worden. We citeren Hattie & O’Leary (2025), p. 18.
“Prior knowledge (or lack of knowledge, misconceptions) plays a crucial role in effective learning strategies, serving as the foundation upon which new information is built. When students connect new concepts to what they already know, they deepen understanding, enhance retention, and improve their ability to apply knowledge in different contexts. Activating prior knowledge helps learners recognize patterns, make meaningful connections, and bridge gaps in understanding, making learning more efficient and engaging. Without this foundation, new information can seem abstract or disconnected, increasing cognitive load and making it harder to process. Effective teaching strategies, therefore, intentionally assess and activate students’ prior knowledge through discussion, questioning, and scaffolding techniques to maximize learning outcomes.”
Implicaties voor onderwijs
Wat betekent dit voor leraren?
De auteurs benadrukken dat het verwerpen van leerstijlen niet betekent dat alle leerlingen op precies dezelfde manier moeten worden onderwezen. Leerlingen verschillen namelijk wel degelijk in:
- voorkennis
- motivatie
- tempo van leren
- interesses
- cognitieve ontwikkeling
Deze verschillen zijn belangrijk en verdienen aandacht in het onderwijs. Het probleem is echter dat leerstijlen geen effectieve manier zijn om met deze verschillen om te gaan. In plaats van instructie aan te passen aan vermeende leerstijlen, stellen de auteurs dat leraren zich beter kunnen richten op evidence-based leerstrategieën.
Focus op leerstrategieën
Effectieve leerlingen gebruiken verschillende leerstrategieën, afhankelijk van de taak en de leerdoelen. Voorbeelden van strategieën die volgens onderzoek effectief zijn:
- actief ophalen van kennis (retrieval practice)
- gespreide oefening (spaced practice)
- uitleggen van concepten
- verbindingen leggen met voorkennis
- zelfmonitoring van begrip
Deze strategieën helpen leerlingen om informatie dieper te verwerken en beter te onthouden. Belangrijk is dat leerlingen leren wanneer en hoe ze verschillende strategieën moeten gebruiken.
Flexibel leren
Volgens de auteurs zijn succesvolle leerlingen niet gebonden aan één specifieke manier van leren. In plaats daarvan kunnen zij hun aanpak aanpassen aan:
- het soort taak
- het type kennis
- de context waarin geleerd wordt
Een leerling kan bijvoorbeeld: visuele diagrammen gebruiken om een concept te begrijpen, tekst lezen om details te leren, oefeningen maken om vaardigheden te ontwikkelen. Effectief leren vereist dus strategische flexibiliteit.
De rol van leraren
Leraren spelen een belangrijke rol in het ontwikkelen van deze flexibiliteit. Zij kunnen leerlingen helpen door:
- verschillende manieren van leren te modelleren
- strategieën expliciet aan te leren
- feedback te geven op leerprocessen
- leerlingen aan te moedigen om nieuwe strategieën te proberen
Hierdoor leren leerlingen dat succes in leren niet afhankelijk is van een vaste leerstijl, maar van het kiezen van de juiste strategie voor de juiste taak.
Conclusie van het artikel
Het idee van leerstijlen blijft populair in onderwijs, ondanks een gebrek aan overtuigend wetenschappelijk bewijs. Analyse van meta-analyses laat zien dat:
- studies die de matching-hypothese correct testen vrijwel geen effect vinden
- positieve resultaten vaak afkomstig zijn van correlatiestudies of studies over strategiegebruik
De heropleving van leerstijlen in recente meta-analyses kan worden verklaard door:
- methodologische verwarring
- de aantrekkingskracht van gepersonaliseerd onderwijs
- het verwarren van leerstijlen met leerstrategieën
De auteurs concluderen dat onderwijs zich beter kan richten op het ontwikkelen van effectieve leerstrategieën en metacognitieve vaardigheden, in plaats van het classificeren van leerlingen volgens leerstijlen.
Uit hun artikel citeren we volgende conclusie:
“Learning style theories have appeal but, relying on them oversimplifies the intricacies of how students learn. Effective teaching requires strategies beyond matching instruction to supposed preferences, instead focusing on adaptable, evidence-based approaches that support learning. Learning is most effective when students develop cognitive and metacognitive strategies tailored to task demands rather than teaching them according to their learning preferences. Shifting away from learning styles toward focusing on developing students’ adaptability and problem-solving skills aligns more closely with how learning occurs. Educators can foster a more robust and flexible learning environment by emphasizing critical thinking, self-regulation, and meaningful engagement with content.” (p.21)
Nabeschouwing
Een leerstijl kan worden gedefinieerd als de ‘habituele of gepreferentieerde wijze van informatieverwerking bij het leren’. Het gaat hierbij vooral om de voorkeur voor leeractiviteiten en de ervaringen die leerlingen ermee hebben. In de literatuur zijn verschillende leerstijltheorieën beschreven en er bestaan allerhande instrumenten om na te gaan welke leerstijl iemand heeft. Volgens Simons (*) is leerstijl een leerpsychologisch leerlingkenmerk zoals metacognitieve kennis en vaardigheden en prestatiemotivatie. De bedenking van Hattie & O’Leary dat handboeken onderwijskunde / educational psychology eenzijdig koppelen van instructiemethode aan leerstijlen versterken en onderzoek hierover negeren, betwijfelen we. In bijvoorbeeld het handboek Onderwijskunde (*) wordt als voorbeeld de leerstijltheorie van Vermunt toegelicht. Er wordt duidelijk gesteld dat didactische werkvormen niet samenvallen met de persoonlijke stijl van leraar of leerling.
In een ander handboek ‘Onderwijskunde als ontwerpwetenschap’ (**) wordt uitvoerig ingegaan op leerstijlen en de theorie van Kolb. Hierbij wordt aangegeven dat Kolb niet stelt dat de instructie moet afgestemd zijn op de leerstijl van een lerende. Volgens hem ontwikkelen leerlingen doorheen opeenvolgende fasen minder afhankelijkheid van een dominante leerstijl en kunnen terugvallen op elke leerstijl. Leerstijlen hangen bovendien samen met de aard van het kennisdomein.
(*) P.R.J. Simons, Leerlingkenmerken. In: J. Lowyck, N. Verloop (Red.), Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals. Wolters, Leuven, 1995.
(**) M. Valcke, Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Van leren naar instructive. Deel 1. Acco, Leuven/Den Haag, 2018.