Centrale examens en PISA

In aanloop naar de verkiezingen van mei 2019 plaatsen politieke partijen de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs als een topprioriteit op hun agenda. Het inrichten van centrale examens is voor sommige politici een middel om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Ze verwijzen naar de ons omringende landen die reeds een lange traditie hebben met centrale examens. Wie het recente NRO rapport leest over ‘Vaardigheidsontwikkelingen volgens PISA en examens’ is minder overtuigd van de noodzaak om deze centrale examens in te voeren. Ook in Nederland stelt men zich vragen over de dalende onderwijskwaliteit zoals de PISA rapporten aangeven, ondanks de centrale examens !

PISA (‘Programme for International Student Assessment’) is een internationaal vergelijkend onderzoek dat wordt uitgevoerd in opdracht van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). PISA evalueert iedere drie jaar de kennis en vaardigheden van 15-jarigen voor de domeinen ‘leesvaardigheid’, ‘wiskundige geletterdheid’ en ‘natuurwetenschappelijke geletterdheid’, waarbij de nadruk ligt op het toepassen ervan in alledaagse situaties. In Nederland is de deelname voor scholen en leerlingen vrijwillig en zijn er geen consequenties verbonden aan de prestaties van de leerlingen.

Uit: Brief van de commissie-Steur aan minister Slob (28 maart 2019)

https://www.nro.nl/wp-content/uploads/2019/04/Brief_Cie_Steur_28_maart_2019.pdf

Rapport Vaardigheidsontwikkelingen volgens PISA en examens van Cito i.s.m. het College voor Toetsen en Examens (maart 2019)

Tegenover de PISA rapporten stelt men vast dat de resultaten behaald op de centrale examens in de afgelopen tien jaar stabiel gebleven zijn of verbeterd. De verbetering wijst op een toegenomen vaardigheidsniveau van de leerlingen; de leerlingen bezitten op een aantal gebieden meer kennis en vaardigheden binnen de gedefinieerde examendomeinen. De onderzoekscommissie heeft de stellige indruk dat de sterke focus op het examen, en de start van het schoolexamen in de voorexamenklassen, naast betere resultaten tegelijk een versmalling van het onderwijs heeft opgeleverd met een te grote nadruk op het behalen van goede toetsresultaten (‘teaching to the test’). Met deze conclusies in het achterhoofd is het m.i. duidelijk dat centrale examens en de PISA toetsen in de juiste context moeten worden geplaatst en niet geschikt zijn om een uitspraak te doen over de onderwijskwaliteit.

Hierover formuleerde prof. R. Standaert volgende bedenkingen in een vrije tribune in de Vlaamse krant ‘De Standaard’ (24.04.2019) met als titel: De utopie waar rechts én links in geloven. Roger Standaert is tegen centrale examens. Schoolprestaties zijn geen afmetingen of graden. Je kunt ze niet altijd objectief meten, je hebt de inbreng van leraren nodig. Bij een pedagogisch georiënteerd onderwijs kan kwaliteitscontrole via een evenwichtig systeem met een inspectiekorps, peilings- en ijkingsproeven, oriënteringstoetsen en een aanbod van goed gevalideerde toetsen. Misschien moeten we wat centrale examens betreft de bekende wet van de econoom Charles Goodhart in het achterhoofd houden: ‘Wanneer een meting een doel wordt, houdt ze op een goeie meting te zijn.’

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190423_04346804

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2019/04/24/coc-is-tegen-centrale-examens

R. Standaert, De becijferde school. Meetcultus en meetcultuur. Acco, Leuven, 2014.

Over het onderwerp ‘kwaliteit van het onderwijs’ vind je een bijdrage in Impuls, Tijdschrift voor onderwijsbegeleiding (januari 2019). Het is ongenuanceerd te stellen dat het onderwijs vroeger beter was. De vraag is immers of de normen die we gebruiken stabiel genoeg zijn om ze na zoveel jaren opnieuw te gebruiken. En daarover zal men ten minste genuanceerd moeten oordelen.

https://blog.acco.be/uncategorized/baas-over-eigen-kwaliteit/